Het is beter dat je je niet al te veel inleeft

Je zegt het zo makkelijk als iemand vertelt over hoe hij of zij zich voelt: ‘Ja dat kan ik me voorstellen’. Ik probeer tegenwoordig te zeggen dat ik iets wel kan ‘begrijpen’. Dat is gekomen na het lezen van een verhaal van Alice Munro, over een vrouw wier drie kinderen door haar man zijn vermoord. Haar therapeute zegt soms dat ze zich dingen kan voorstellen. Dan komt de vrouw in opstand. Niemand kan zich in haar positie indenken.

En zo is het ook. Je hebt meestal geen benul van wat iets voor een ander betekent. Als je je de situatie van een ander probeert voor te stellen, denk je je in in hoe het voor jouzelf zou zijn om in die situatie te verkeren. Wat niet hetzelfde is.

Het is nog erger: vaak wíl je je de situatie van een ander helemaal niet voorstellen. Je wilt niet steeds weten hoe het is voor je vriendin die weduwe is geworden, voor je broer die werkloos is. Ik keek van de week naar de documentaire De kleine wereld van Machteld Cossee door Hetty Nietsch. Machteld Cossee is een mooie, intelligente vrouw die in de documentaire van haar 32ste tot haar 38ste gevolgd wordt. Ze heeft het syndroom van Usher, wat betekent dat ze slechthorend is en steeds slechter zal gaan horen. Ze ziet ook slecht, het is alsof ze door een rietje kijkt, legt ze zelf uit. Ook dat zicht kan nog verder afnemen.

Op een dag neemt ze twee goede vriendinnen mee naar het blindeninstituut. Die krijgen doppen op hun oren en een speciale bril op, zodat ze kunnen beleven wat Machteld gewoonlijk ziet en hoort. De ene doet al gauw huilend de bril weer af. „Sorry Machteld” snikt ze, „Sorry.”

Ze dwingt zichzelf tot inleving. Maar iets in haar wil dat helemaal niet, want de wereld waar ze dan in terecht komt, is angstaanjagend.

De documentaire laat steeds even zien en horen hoe de wereld voor Machteld is, hoe onoverzichtelijk, hoe vaag van geluid. De kijker is elke keer opgelucht als alles weer ‘gewoon’ wordt.

Zodat je je na een poosje afvraagt of er wel iemand is in Machtelds omgeving die zich in haar situatie indenkt. Waarschijnlijk niet. Niet uit onwil of gemenigheid. Maar uit onvermogen.

Hoewel: ook uit onwil. De wereld wordt aanzienlijk minder plezierig als je je almaar op volle kracht moet realiseren dat een ander bijna niets ziet of hoort. Dat de vriendin die je op je verjaardag vraagt hulpeloos alleen is in de rommelige herrie, tussen de grotendeels onbekende gezichten die ze zich niet eigen kan maken. Dan doe je maar liever of het reuzeleuk is dat ze is gekomen.

Machteld heeft een man en kleine kinderen. De man komt er soms ook niet meer uit. De irritaties lopen op: „Denk je dat ik dat kan zien?!”

Hij gaat af en toe maar eens dansen met vrienden tot diep in de nacht. Dan stelt hij zich waarschijnlijk liever niet voor hoe zij zich voelt, al kon je dat aan haar gezicht, dat ze in de plooi probeerde te houden, best zien. Maar als hij moet denken aan hoe het voor haar is, alleen thuis met de twee kinderen die ze slecht ziet en hoort, de enorme inspanning die dat haar kost, en de weggedrukte wetenschap dat zij nooit meer uit zal gaan, dan kan hij ook niet meer leven. Het is beter dat hij zich niet al te veel inleeft.

Marjoleine de Vos

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s