Wie wil nu eigenlijk die vrije markt?

De toverkracht van de markt

Maxim Februari

Soms gedragen burgers zich te weinig als consument. Dat baart onze overheid zorgen. De overheid verwacht veel van de markt, maar dan moeten de burgers wel meewerken, natuurlijk. Daarom wordt steeds vaker gekozen voor een verplichte vrije markt. Gedwongen handel. Een centraal geleide maximalisatie van eigenbelang, zou je kunnen zeggen.

Misschien komt het doordat publieke instellingen en semipublieke instellingen zelf zo veel plezier hebben op de markt. Ze kopen er vastgoed en derivaten in het wilde weg, zonder er noemenswaardig verstand van te hebben. Zojuist verloren woningbouwcorporaties en scholen nog 50 miljard euro op de markt, en dat toont wel aan dat ze volwassen marktspelers zijn die je niet over het hoofd moet zien. Zo’n serieuze status wil de overheid ook voor de burger-consument.

Daarom riep de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) onlangs de burgers op vaker te wisselen van energieleverancier. De energiemarkt werkt niet naar behoren, aan de producenten ligt het niet, dus ligt het aan de consumenten. Die blijken niet te willen wat ze zouden moeten willen: de meesten blijven gewoon bij hun vertrouwde energiemaatschappij hangen, ook als het gas en licht elders veel goedkoper is. Fout!

Overheidsorganisatie NMa verzocht burgers daarom vriendelijk, maar beslist zich duidelijker als consument op te stellen en de voordelen te halen waar ze te halen zijn. Hoe kan de overheid de markt nou reguleren als mensen andere motieven blijken te hebben dan geld?

Er zit iets raars aan zo’n oproep. Je ziet steeds vaker dat de overheid partijen dwingt tot gehaaid marktgedrag – of althans, tot keuzes die de overheid aanziet voor gehaaid marktgedrag. Meestal pakt dat funest uit, gaat de ene partij failliet, geraakt de andere in crisis, vervalt het land tot publieke armoede en draait de belastingbetaler op voor de schade, maar dat is nu eenmaal het risico van de markt, zegt de overheid dan.

Het is een retorische truc: de overheid reguleert, stelt prijzen vast, stuurt op basis van politieke keuzes en beslissingen, gokt met geld van de belastingbetaler en noemt dat marktwerking. Herhaal je zo’n woord maar vaak genoeg, dan denken mensen vanzelf dat het marktwerking is. Zo werkt retorica.

De afgelopen weken buitelden de voorbeelden over elkaar heen. Apothekers bleken allemaal af te stevenen op faillissement. Hoe dat zo? Door marktwerking, ‘het nieuwe toverwoord in de zorg’, schreef Het Parool. Ruim tien jaar geleden begon dat toverwoord rond te zingen. Tarieven werden vrijgegeven. Althans, vrij… De overheid maakte de zorgverzekeraars baas over de tarieven.

Door deze tovenarij zijn de apothekers inmiddels hun inkomsten kwijtgeraakt en voor sommige geneesmiddelen betalen ze tegenwoordig zelfs eigenhandig bij. Het is vervolgens niet mogelijk dat de apothekers gezamenlijk een vuist maken tegenover de verzekeraars, want de Nederlandse Mededingingsautoriteit verbiedt ze hun krachten te bundelen. Het effect van deze bizarre vorm van marktwerking is dat alleen onze banken uit maatschappelijke verantwoordelijkheid de apotheken nog overeind houden; en hoe de banken aan hun geld komen weet u.

Artsen, zei een gynaecoloog een week later in NRC Handelsblad, worden door de marktwerking soms gedwongen meer kosten te maken dan nodig zijn. Dan moeten artsen overbodige ingrepen doen om de omzet te verhogen. Of verzekeraars kennen de nieuwste behandelmethodes niet en schrijven de oudere, duurdere behandelingen voor. Niet handig, want het kost geld en het komt de volksgezondheid niet ten goede. Een ziekenhuis is nu eenmaal geen stroopwafelfabriek, zei de specialist. Zo veel mogelijk produceren is niet altijd de meest efficiënte aanpak.

Keer op keer zie je dat het woord marktwerking als een rookgordijn wordt opgetrokken voor politieke vragen. Een VVD-raadslid in een grote stad, ‘woordvoerder economische zaken en kunst’, dringt erop aan dat kunstinstellingen zich exclusief richten op ondernemerschap. Verdienmodellen. „Het vermarkten van het onderscheidend vermogen van de mensen.” Er valt winst te behalen „door ambtelijk Economische Zaken, marketing en Cultuur nog dichter in elkaar te schuiven”.

In geen van deze gevallen is er feitelijk sprake van marktwerking. In het geval van de artsen en apothekers niet. ‘De marktwerking werkt niet, want de zorg is geen markt’, schrijft Het Parool. De overheid stuurt, de verzekeraars stellen de prijzen vast, de patiënten hebben niets te kiezen – en dat zou een markt zijn? Niets dan valse retoriek: politieke keuzes vermommen als bevordering van de markt. Voor sommige kunst is nu eenmaal geen markt; heeft de gemeenschap baat bij die kunst, dan betaalt ze ervoor, heeft ze geen baat, dan betaalt ze niet. Dat is een politieke beslissing. Met een markt heeft dat niets te maken.

Het meest fascinerende is dat de retoriek zo hardnekkig is. De overheid schaft op basis daarvan kunst af, torpedeert medische behandelingen en stimuleert instellingen rentederivaten te kopen, want dat is gewiekste handel, ook al ga je eraan failliet. Jawel, de retoriek is ongemeen boeiend. Maar trap er niet in.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s