Cruijff naar Feyenoord. Mijn god!

Wilfried de Jong | pagina 12 – 13

Donkergeel, lichtgeel, eigeel, kanariegeel, goudgeel, citroengeel.

Er zijn vele soorten geel.

In Rotterdam had je in 1984 het Gouden Gids-geel. De bekende bedrijvengids sponsorde het elftal van Feyenoord. Voetballen in een gele broek, geel shirt, gele kousen. Het was geen gezicht. Alsof de spelers in oud krantenpapier gewikkeld waren.

Ik ben in dat gele jaar niet één keer naar De Kuip geweest. Mijn club had een cruciale fout begaan. Die kleur was nog tot daaraan toe. Nee, het was erger. Feyenoord had Johan Cruijff overgenomen van rivaal Ajax. De Amsterdammer was met ruzie bij zijn geliefde club vertrokken. Rotterdam was de beste plek voor zijn wraak.

Trouwe supporters weigerden een seizoenkaart te kopen. Wat moesten we aan met die overloper? Weet je wat? We zouden hem dulden, nooit aanbidden.

Cruijff in het geel, dat kon er nog mee door. Cruijff in het Feyenoordshirt, dat sneed me door de ziel. Mijn lievelingsshirt had een rode en een witte kant. Met een zwarte broek eronder. Stoer, hoekig, onverzettelijk. Cruijff was sierlijk, vrouwelijk bijna, en arrogant. Die eigenschappen hoorden niet in ons shirt.

Bij het shirt van Ajax lag de rode baan evenwichtig in het midden. Het vele wit in het tenue liet Cruijff zweven. Bij de samenvattingen op televisie dacht ik dat Cruijff in het rood-wit van Feyenoord uit het lood hing. Alsof de rode kant een paar kilo zwaarder woog dan de witte.

Cruijff naar Rotterdam. Mijn god.

Had dat mannetje al eens een dag écht gewerkt? Wist hij wat je moest doen als je ‘lekko’ hoorde roepen bij het lossen van een schip? En als hij de Maastunnel nam, zei Cruijff dan dat hij ‘de tunnel onderdoor’ ging.

Zo hoorde het hier.

Er was in mijn jeugd nooit een dag geweest dat ik Johan Cruijff nadeed op een trapveldje. Feyenoord had genoeg iconen om te imiteren. Ik gaf met links een pass als Willem van Hanegem, als Coen Moulijn passeerde ik op hoge snelheid, als Theo Laseroms schopte ik enkels doormidden.

Cruijff was inmiddels 36 jaar. Het jaar ervoor had hij regelmatig verstek moeten laten gaan bij Ajax. Bij Feyenoord lag hij wekelijks op de massagetafel van fysiotherapeut Dick van Toorn, de man die bij het laatste WK Arjen Robben in een paar weken klaarstoomde. Cruijff was versleten, al zag je het niet aan het tanige lijf. Er zat geen gram vet op.

Ruud Gullit speelde in die tijd bij Feyenoord. Hij weet nog van de krachtmetingen met Cruijff tijdens de training: „Hij was zo pezig, hoekig, niet dun. Hij kon je echt pijn doen. Ik dacht: Jezus Christus, hoe goed moet deze gozer geweest zijn toen hij 22 jaar was?”

Cruijff miste in zijn Rotterdamse tijd maar één wedstrijd, uit tegen Groningen. Het hele seizoen was hij bezig met zijn missie: Feyenoord kampioen maken ten koste van Ajax.

Toen hij met Feyenoord in De Kuip tegen Ajax speelde, maakte hij van dichtbij de 2-1. De bal vloog tegen het dak van het doel. Cruijff draaide zich om en juichte zoals hij bij Ajax altijd gejuicht had. Een aanloop en op het hoogste punt van een sprong een zwaai naar voren met zijn rechterarm. Voor even was het Rotterdamse publiek Cruijffs herkomst vergeten.

Het kampioenschap van 1984 is goeddeels aan me voorbijgegaan. Waar was ik tijdens de huldiging? Geen idee. Misschien thuis, voor de televisie. Vaag herinner ik me Cruijff, zwaaiend naast burgemeester Peper vanaf het bordes van het stadhuis.

„Zo, dus dit is nou de Coolsingel”, schijnt hij gezegd te hebben.

In het voorjaar van 2004 werd ik gevraagd of ik Cruijff wilde interviewen voor het witte doek in het Oude Luxor, na afloop van de première van de film En un momento dado, over zijn Catalaanse tijd. De scherpe kantjes waren er af; ik was vereerd.

Het zou mijn eerst ontmoeting met Cruijff in Rotterdam worden, bijna twintig jaar na zijn afscheid van de Nederlandse velden in de Kuip, op 13 mei 1984.

Het Luxor zat barstensvol.

Johan Cruijff kwam binnen via de midden-ingang. Een staande ovatie. Johan zwaaide verlegen om zich heen.

Op een paar stoelen bij hem vandaan bespiedde ik Cruijff in het donker. Hij zat aan zijn neus, lachte met vochtige ogen. Ontroerd door zijn eigen verleden. Het nam mij zeer voor hem in. Een lieve man, een eigenwijze man ook, met het verstikkende leven van een wereldster.

Het licht ging aan. Een klaterend applaus hield minutenlang aan. Geen spoor van cynisme. Een Amsterdamse held werd vereerd in Rotterdam.

Ik heb Cruijff nooit live op het veld gezien. Niet in Oranje, niet bij Levante, niet bij Barcelona, niet bij Ajax, zelfs niet in mijn eigen stad. Het was zo’n kleine moeite geweest.

Voor een paar tientjes had ik de Feyenoorder Cruijff kunnen zien voetballen vanaf de Maastribune. Met zijn razende versnelling, de achteloze pass met de buitenkant van zijn rechtervoet. In het shirt dat hem van geen kanten paste.

Stom.

Ik heb spijt.

Wilfried de Jong

Ik ben dat jaar ook niet naar Feijenoord gegaan.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s