Bestuurders met slechte invloed op volk

Marjolijn Februari | pagina 12 – 13

Wij allen vallen, zegt de dichter. Het kabinet valt. Zes kabinetten achter elkaar vallen. De FNV valt. De Sociaal-Economische Raad wankelt. De burger blijft ternauwernood nog op de been.

Duur, dat is het vooral, zeven weken lang parmantig vergaderen en dan met niets komen. Schadelijk voor het vertrouwen van consumenten misschien niet. Maar zeker schadelijk voor het vertrouwen van de burgers in het bestuur. Die zeven weken nietsdoen stonden kennelijk in het teken van voorbereiding op nieuwe verkiezingen. Dat wekt geen bewondering voor de inzet van politici. Dit is geen land meer, maar een verzameling van partijbelangen.

Toch zijn de problemen groter dan een vallend kabinet hier en daar. Er is het overkoepelende probleem van een bestuurscultuur waarin de eigen belangen voorgaan op het publieke belang. Onbetrouwbaarheid is niet het exclusieve voorrecht van de politiek, overal sijpelt de onbetrouwbaarheid vanuit de bovenste lagen in de samenleving door naar beneden. Voor je het weet, gedragen de jongens op straat zich net zo als politici en bestuurders. Dat is niet best. Dat is, om het zo maar eens te zeggen, niet iets wat je in Nederland moet willen.

In België hebben universiteiten zojuist een onderzoek gedaan naar de zwarte economie, en ze vonden dat vier op de tien Belgen soms iets kopen zonder belasting te betalen. Geschrokken stelden de hoogleraren voor de pakkans te vergroten. Op de radio mijmerde de staatssecretaris over hogere boetes.

De hoofdredacteur van Knack reageerde. De staatssecretaris kon nu wel oproepen tot straffen, schreef hij, maar daarbij vergat hij dan toch één ding. Studies tonen namelijk steeds weer aan dat fraude onder de bevolking verband houdt met het gedrag van overheidsdienaren en politici. „Hoe hoger de kwaliteit van de overheidsdiensten en hoe geringer het aureool van corruptie rond de belangrijke politieke figuren, hoe geringer de neiging van de bevolking om te frauderen.”

Met dit in het achterhoofd hoefde je het Nederlandse nieuws maar een week lang bij te houden om te zien waar de ellende op onze eigen straten vandaan komt. „Fraude door de oud-directeur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bevestigd in een rapport.” „Door de arrestatie van financieel topman Marcel de V. vanwege corruptie, kan woningcorporatie Vestia snel failliet gaan.” „Zorgverzekeraar Menzis besloot het contract met het Hengelose zorgbureau SPV te beëindigen vanwege mogelijke fraude. SPV is onlangs failliet verklaard.”

Asielzoekers, huurders in de sociale sector, zorgvragers: hun lot ligt net iets te vaak in handen van corrupte en frauderende bestuurders. En die frauderende bestuurders hebben hun desinteresse in de publieke zaak van geen vreemde. Kijken ze naar boven, naar hun toezichthouders, dan zien ze daar al even weinig elan. Een bericht van het ANP somde deze week een aantal fraudezaken op waarbij toezichthouders van woningcorporaties niet ingrepen. Bij de Stichting Gereformeerde Bouwcorporatie voor Bejaarden bijvoorbeeld. En wat deed de Raad van Toezicht, onder leiding van VVD’er Loek Hermans, tegen fraude bij de asielzoekeropvang?

Nu zou je kunnen zeggen dat kwaliteit en betrouwbaarheid van bestuur uiteindelijk gewaarborgd worden door het recht. Dat het kwetsbare individu in geval van nood naar de onafhankelijke rechter kan. Maar hier wordt de situatie precair.

Vicepresident Donner van de Raad van State toonde zich onlangs bezorgd om de toekomst van het recht. Om de toekomst van bestaande instituties, constitutionele zeden en staatsrechtelijke regels. Ze kunnen, zei hij, als „institutionele obstakels” in de publieke besluitvorming gemakkelijk „worden omzeild, genegeerd of terzijde geschoven”. Door wie? Door de overheid. En dat gebeurt dan ook. Zo heeft de burger niet alleen te maken met een wankele bestuurscultuur en toezicht dat onvast ter been is, maar ook met het verdwijnen van de bescherming.

Een voorbeeld? Het College van Beroep voor het bedrijfsleven deed onlangs een uitspraak die de zorgverzekeraars niet beviel. Om patiënten te beschermen, had de rechter bepaald dat artsen niet altijd de diagnose op de rekening hoeven te zetten. Maar zorgverzekeraars klaagden dat ze zo niet kunnen „sturen op doelmatigheid”. En omdat in overheidskringen het idee heerst dat je het recht ondergeschikt kunt maken aan private belangen van verzekeraars, vatten de minister en het College voor Zorgverzekeraars het plan op de wet te veranderen. Zodat de rechter het nakijken heeft.

Gelukkig is zo veel minachting voor de waarde van het recht voorlopig nog voorbehouden aan nette mensen zoals wij. Maar straks sijpelt ook deze ellende door naar beneden. Dan komt dit soort egoïsme en onfatsoen op straat terecht. Fijn. Berg je dan maar.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s